
Om docenten meer te belichten en studenten kennis te laten maken met de persoon achter de docent, plaatsen wij elke drie maanden de rubriek: Docent van het seizoen. In deze rubriek wordt een docent geïnterviewd door de Commissarissen Onderwijs. In deze editie spraken we Gert Bessems, kinderorthopedisch chirurg en kindertraumatoloog in het Erasmus MC. Naast zijn klinische werk is hij intensief betrokken bij het onderwijs, onder andere als blokcoördinator en examinator van blok 11 “houding en beweging” en als lid van de examencommissie. Wil je meer weten? De rubriek is hier te lezen.
Allereerst, kunt u zichzelf kort voorstellen?
Ik ben in Maastricht tot basisarts opgeleid. In 1992 heb ik mijn artsdiploma gehaald. Daarna heb ik 3,5 jaar als agnio gewerkt. Uiteindelijk ben ik in Rotterdam in opleiding gegaan. Vanaf 1996 ben ik begonnen met de vooropleiding chirurgie en daarna nog vier jaar orthopedie. In 2002 kwam ik hier in de staf en ben ik uiteindelijk de kinderorthopedie ingerold.
Hoe was uw studententijd?
Ik heb een hele leuke studententijd gehad, ik zou het zo weer willen doen. Ik heb in Maastricht gestudeerd, dus we zijn met probleemgestuurd onderwijs opgevoed. We hadden twee keer per week een onderwijsgroep waarin je met tien studenten een probleem analyseerde. We gebruikten de zevensprong: het probleem definiëren, kijken wat er al bekend is en vervolgens thuis verder studeren.
Het werken in de horeca, wat ik al deed tijdens mijn middelbare school, ben ik blijven doen tot aan mijn coschappen.
In de horeca heb je eigenlijk altijd wel vrolijke mensen als je uitgaat, dus dat vond ik fantastisch.
Ik was wel een serieuze student. Ik ging in de ochtend naar de faculteit, studeerde de hele dag en ’s avonds ging ik sporten of uit. Ik heb zaalvoetbal gedaan, anderhalf jaar waterpolo gespeeld en altijd hardgelopen.
Heeft u een PhD gedaan en zo ja, hoe heeft u uw PhD-tijd ervaren?
Nee. Dat is eigenlijk het enige waarvan ik achteraf denk: wat zou ik anders doen? Ik heb een collega gehad die tijdens zijn opleidingstijd bewust één dag per week onderzoek deed en daar is hij op gepromoveerd. Dat had ik denk ik ook gedaan als ik het nog een keer mocht overdoen: iets langer opgeleid worden, maar dan wel de voordelen ervaren van het gepromoveerd zijn.
Ik denk ook dat onderzoek doen iets is wat je jong moet leren. Die stap heb ik helaas niet kunnen maken, omdat er te veel van mij gevraagd werd in de kliniek en de werkdruk enorm was.
Hoe begon u met werken?
In 1992 heb ik mijn artsdiploma gehaald en toen heb ik 3,5 jaar als AGNIO gewerkt. Het was een moeilijke tijd om in opleiding te komen.
Er reed een denkbeeldig busje met jonge basisartsen rond in Nederland die allemaal orthopedie wilden doen.
Uiteindelijk is het wel gelukt in Rotterdam. In 1996 ben ik begonnen met de vooropleiding chirurgie.
Wat houdt uw rol in het onderwijs nu in?
In het oude curriculum was ik de themacoördinator en examinator van Ba2C. Voor studenten die dit tentamen nog steeds niet gehaald hebben heb ik nog drie extra tentamens moeten maken waarvan het zogenaamde “5e kanstentamen” in oktober aanstaande is. In het nieuwe curriculum ben ik de blokcoördinator en examinator van blok 11 “houding en beweging”. De voorbereidingen zijn in volle gang. Door onvoorziene omstandigheden ben ik de afgelopen vier maanden ook druk geweest om de nieuwe minor “Gezond door Sport en Bewegen” te organiseren. In een duobaan ben ik daarnaast longitudinale kennisdomeincoördinator heelkunde waarmee we hopen de nieuwe master geneeskunde Erasmusarts2030 goed te laten aansluiten op de bachelor.
Ik ben nu vier dagen per week druk met onderwijs en één dag kliniek. Van die vier dagen doe ik één dag examencommissie. Dat ben ik zeven jaar geleden gaan doen.
Het onderwijs zit een beetje in mijn bloed. Ik vind het leuk om kennis over te dragen en mensen enthousiast te krijgen voor iets.
Ik geef al sinds mijn assistententijd bacheloronderwijs en daarnaast ook onderwijs aan de Hogeschool Rotterdam, voor de opleidingen kinderfysiotherapie, spoedeisende hulpverpleegkundigen, operatieassistenten en kinderverpleegkundigen. Ik vind het belangrijk om ook deze professionals goed te scholen om de kwaliteit van zorg te verhogen.
Hoe heeft u de afgelopen periode met het nieuwe EA2030 onderwijs ervaren? En wat was uw rol daarin? En wat gaat uw rol zijn in de nieuwe master?
Vanaf het prille begin van de ontwikkeling van Erasmusarts2030 ben ik lid van de toetsgroep waar het toetsbeleid en toetsplan voornamelijk ontwikkeld zijn. Het ontwikkelings- en competentiegericht opleiden en programmatisch toetsen zijn een goed alternatief voor het steeds onder stress moeten afleggen van tentamens. Vanaf 2027-2028 gaan we ook de kennisdomeinen programmatisch toetsen.
Als lid van de bachelorsectie van de examencommissie lopen we nu wel tegen zaken aan waar de wetgeving nog geen duidelijke kaders voor heeft. Binnen programmatisch toetsen stappen we eigenlijk een hele nieuwe wereld in. Dat is spannend, maar ook wel weer uitdagend.
Vanuit mijn basisartsopleiding in Maastricht ben ik al bekend met Probleem Gestuurd Onderwijs. Het CGO is daar een variant van. Ik ben nu wel aan het kijken hoe je nog actievere onderwijsvormen kan inbouwen in de casusbespreking. Daar heb ik geen ervaring mee, dus ik moet daar ook wel over lezen. Ik ga naar congressen over onderwijsmethoden en kijk ook bij de blokken die nu al draaien om inspiratie op te doen.
Wat vind u het leukste aan docent zijn?
Ik denk het enthousiasme waarmee ik het mooie vak orthopedie kan laten zien. We hebben een heel dankbaar vak. We kunnen heel veel waarde aan het leven toevoegen. Als iemand niks meer kan door artrose van heup of knie en je plaatst een prothese, dan kunnen ze in principe gewoon weer een normaal leven leiden. Er zit techniek in, er zit leefstijl in en als je zelf heel actief in het leven staat met bewegen en sporten, dan is zo’n vak natuurlijk vanzelf al mooi. Dat enthousiasme kun je dan overbrengen.
Wat maakt de orthopedische chirurgie voor jou zo interessant?
De liefde voor orthopedie is al vroeg begonnen. Ik heb vroeger jeugd-EHBO wedstrijden gedaan waar we al met lotusslachtoffers werkten. Daar is eigenlijk een beetje de interesse in geneeskunde en het bewegingsapparaat geboren denk ik. Ik kan niet zo goed stilzitten. Orthopedie is ook een heel dynamisch vak met veel lichamelijke activiteit bij het onderzoeken van patiënten op de polikliniek en tijdens het opereren.
Waar loop je tegenaan in het docentschap?
Op dit moment is het even heel druk omdat ik ook een minor moet organiseren. Ik ben nu vier dagen per week met onderwijs bezig en één dag kliniek, dus de druk is wel hoog. De komende weken, als de minor draait, ga ik vooral focussen op het ontwikkelen van casus en leermodules voor het CGO van blok 11.
Wat was u geworden als u geen docent / orthopedisch chirurg was geworden?
Mijn tweede keuze studie was levensmiddelentechnologie. Dat had misschien te maken met het feit dat mijn oudste broer al in Wageningen studeerde. Mijn derde keuze was wiskunde. Ik vond wiskunde heel erg leuk, dus ik was misschien wel wiskundeleraar geworden of wiskundige.
Wat zou u studenten willen meegeven?
Je moet vooral je gevoel goed volgen: wat zou nou een vak zijn wat bij me past? Daar moet je je coschappen voor gebruiken. Dan weet je echt wel: dit vak, dit past niet bij me. En dat streep je af. Dan blijven er een paar over die interessant zijn.
Je moet ook kijken wat er qua sociale context bij je past. Het kan zijn dat je zegt: ik wil eigenlijk wel jeugdarts worden, dan heb ik een 9-tot-5-job, want ik wil mijn gezin prioriteit geven. Dat kan ook een keuze zijn.
En als je een carrière in een academisch ziekenhuis ambieert en je wilt een onderzoekstraject ingaan, investeer daar dan op tijd in. Zorg dat je de competenties hebt om dat goed te kunnen doen en dat je het ook echt leuk gaat vinden.
En misschien nog wel het belangrijkste: je moet een heel leuk sociaal leven hebben. Met je gezin, je familie en je vrienden.
Dat is het grootste goed wat je hebt. Dat gaat boven je vak zelfs nog.
Waar ben je het meest trots op?
Het meest trots ben ik op wat ik in het Sophia heb kunnen opbouwen op de schouders van mijn voorganger. Ik ben vooral trots op het team wat we nu hebben. Verder ben ik trots op het feit dat ik me nog nooit heb ziekgemeld behalve twee dagen in thuisisolatie vanwege een positieve coronatest zonder ziekteverschijnselen en dat ik toch chirurg ben geworden ondanks één functioneel blind oog door een traumatische netvliesloslating als kind.
Heeft u een verborgen talent?
Tuinieren. Ik heb groene vingers. Ik vermeerder veel planten die dan weer een plekje krijgen in mijn grote tuin. Sinds een paar jaar leg ik me ook steeds meer toe op de moestuin. Heerlijk vers geoogste groenten en fruit, zo op je bord.
Staat er nog wat op uw bucketlist?
Ik had altijd wel, een jaar of vier of vijf geleden, dat ik zei: ik wil het luchtballon vaarbewijs halen. Toen kwam ik erachter dat je dat eigenlijk maar tot je 70ste kunt doen.
Dus ik denk: ga ik nu mijn diploma halen, dan kan ik nog tien jaar luchtballon varen.
Dat zou wel heel mooi zijn. Ik heb het één keer gedaan en vond het fantastisch. En ik wil eigenlijk toch nog wel weer marathons gaan lopen. Door de jarenlange verbouwing van ons huis, is mijn laatste alweer negen jaar geleden, in Rome. Dat was wel mijn mooiste.
Heeft u nog hobby’s?
Ik haal nu veel energie uit mijn huis en tuin. We hebben een enorme tuin van 4000 vierkante meter en ik heb daar onder andere een grote vijver van 100 vierkante meter helemaal zelf aangelegd. Ik vind planten kweken en stekken leuk.
We hebben een hele lieve Duitse herder, Paco. Hij is inmiddels ruim 9 jaar oud maar krijgt helaas steeds meer last van zijn artrose bij heupdysplasie waardoor het rennen met hem niet meer mogelijk is. Hoe wrang is dat met een orthopedisch chirurg als baasje!
Heb je wel eens een blunder begaan als docent of als orthopedisch chirurg?
Een blunder beschouw ik als een fout. Complicaties horen daar niet bij, die zijn inherent aan behandelen. Je kunt het risico op complicaties wel sterk verminderen door de juiste indicaties te stellen en netjes te opereren. Eén keer heb ik een wrong side surgery gedaan. Het was niet zozeer een verkeerde arm, maar wel de verkeerde kant van de pols. De patiënt had een ganglion bij de arteria radialis. Doordat ze nog kunstnagels had heb ik toen de vingers en duim afgeplakt met een steriele doek. Doordat ik op het laatste moment aan de andere kant van de armtafel ben gaan zitten omdat dat handiger was, ben ik aan de ulnaire zijde begonnen met opereren omdat de duim niet meer zichtbaar was. Toen ik geen ganglion en geen arteria radialis zag ben ik er gelukkig tijdens de operatie achter gekomen en kon ik dat ook vertellen aan patiënt die wakker was met alleen een regionale anesthesie en heb ik het ganglion alsnog kunnen verwijderen. Ze heeft daardoor een extra litteken wat niet nodig was. De fout heb ik toegegeven en gelukkig was het uiteindelijk geen probleem voor die mevrouw.
Een andere keer was ik bij een verlenging van het onderbeen vergeten om het kuitbeen ook door te nemen. Dat kwam doordat ik toen de enige kinderorthopedisch chirurg in het Sophia was en niemand mij heeft gecorrigeerd tijdens de operatie. Daar heb ik wel van geleerd dat werken in teamverband ook inhoudt dat je elkaar corrigeert als er iets misgaat of dreigt mis te gaan. Sinds deze fout schrijven we op het whiteboard altijd een checklist met alle stappen die er tijdens de operatie gedaan moeten worden.
Wat wilt u de studenten van de nieuwe tijd meegeven?
Vroeger was niet alles beter, het was anders.
We kunnen niet meer verwachten dat jullie hetzelfde doen als wij vroeger. Ik denk dat een goede middenweg het beste is. De nieuwe generatie hecht veel meer belang aan een goed sociaal leven, aan gezin, partner en sociale omgeving. Dat vind ik ook belangrijk.
Je moet vooral kijken: waar zit mijn emotionele en mijn intellectuele uitdaging? Wat wil ik aangaan? Daar heb je maar één kans voor om een goede keuze te maken. En daarnaast moet je een heel leuk sociaal leven hebben.
