U bent hier:

Docent van het seizoen: Sip Wijchers

01/06/2026

Om docenten meer te belichten en studenten kennis te laten maken met de persoon achter de docent, plaatsen wij elke drie maanden de rubriek: Docent van het seizoen. In deze rubriek wordt een docent geïnterviewd door de Commissarissen Onderwijs. In deze editie spraken we Sip Wijchers, cardioloog en elektrofysioloog in het Erasmus MC. Naast zijn klinische werk is hij intensief betrokken bij het onderwijs binnen de bachelor en master Geneeskunde.

“Zou u zichzelf kort kunnen voorstellen?”

“Ik ben Sip Wijchers, cardioloog sinds 2010 en elektrofysioloog sinds 2013, dus gespecialiseerd in hartritmestoornissen. Binnen het onderwijs ben ik ook actief. Oorspronkelijk werd het cardiologieonderwijs eigenlijk door één persoon gedaan, maar tegenwoordig werken we met een kernteam van vijf cardiologen, allemaal vanuit hun eigen subspecialisme. Ik geloof er heel erg in dat studenten het meeste leren van mensen die echt dagelijks in dat vakgebied werken.”

“Hoe bent u in de cardiologie terechtgekomen?”

“Toen ik begon met geneeskunde dacht ik eigenlijk dat ik kinderarts wilde worden. Tijdens mijn coschappen kwam ik erachter dat ik toch meer richting de interne geneeskunde wilde. Ik ben toen begonnen in een klein ziekenhuis in Haarlem, waar cardiologie en long nog onder interne viel. Daar werd ik relatief veel op de cardiologie ingezet en daar hebben enthousiaste cardiologen me langzaam richting de cardiologie geduwd. Uiteindelijk ben ik verder gegaan in de elektrofysiologie. Dat vond ik meteen fascinerend. Het voelde bijna als magie. Hoe hartritmes werken en hoe je ritmestoornissen kunt behandelen vond ik ontzettend interessant. Eigenlijk begrijp ik nog steeds niet alles ervan, en dat maakt het juist leuk.”

“Het vak elektrofysiologie voelde bijna als magie.”

“Hoe kijkt u terug op uw studententijd?” 

“Vrij probleemloos eigenlijk. In het begin draaide het vooral om studeren en hoge cijfers halen, maar langzaam nam het studentenleven wat meer toe. Dat hoort er ook bij. Voor veel mensen is studeren en uitwonend zijn de eerste keer echt vrijheid. Ik was niet lid van een studentenvereniging, maar had wel een hechte vriendengroep vanuit de introductietijd. Daar heb ik hele warme herinneringen aan.”

“Wat zou u studenten willen meegeven?”

“Als ik nu de verhalen van de studiebegeleiders hoor: laat het allemaal een beetje los en geniet een beetje. Wees niet continu bezig met waar je straks staat. Geen cv, wil ik zeggen, maar leef een beetje in het moment."

‘laat het allemaal een beetje los en geniet een beetje’ 

“Een van de meest geërgerde vragen voor mij is: “Moet ik dit weten voor mijn tentamen?” Daar heb ik een broertje dood aan. Ik begrijp de vraag heel goed, maar mijn standaardantwoord is eigenlijk altijd: stel jezelf de vraag, moet ik dit weten om later een patiënt goed te kunnen behandelen? Of om later een goede dokter te zijn? En als het antwoord ja is, moet je het ook weten voor je tentamen. En als het antwoord nee is, dan hoef je het niet te weten voor je tentamen. Want je zit niet in die bank om je tentamens te leren, maar je zit daar om voldoende kennis te vergaren om later een excellente dokter te zijn. Dus dat zou eigenlijk de vraag zijn die je moet stellen. Ik weet dat het vanaf mijn positie veel makkelijker is om te zeggen, maar ik denk wel dat het af en toe een realisatie mag zijn die indaalt."

“Wat vindt u het leukst aan onderwijs geven?”

“Dat je soms hele complexe materie zelf helemaal moet snappen om het goed te kunnen uitleggen en hier en daar te versimpelen zodat het te bevatten is. Wat ik elke keer leuk blijf vinden is om dat wat voor jou routine is nog een keer opnieuw te zien door de mensen die het voor het eerst mee te maken krijgen. Dat is vooral met het lezen van een elektrocardiogram, dat is voor ons als cardioloog allemaal zo'n routine, dat je heel makkelijk vergeet wat voor een roze mist het eigenlijk is voor iemand die net begint.”

“Je moet complexe dingen eerst zelf echt begrijpen voordat je ze eenvoudig kunt uitleggen.” 

“Hoe ziet uw leven buiten het ziekenhuis eruit?”

“Er blijft niet enorm veel vrije tijd over, maar de tijd die ik heb probeer ik echt te gebruiken om mijn hoofd leeg te maken. Dat doe ik vooral met hardlopen, films en series kijken en gamen. Vooral games helpen me om even volledig in een andere wereld te zitten. Gewoon een duidelijk doel hebben en even niet bezig zijn met alle verantwoordelijkheden van het werk. Daarnaast speelt mijn gezin een grote rol in zijn leven. Ik heb twee jonge kinderen en voor mij is het heel belangrijk dat werk niet alles overneemt.”

“Hoe bent u uiteindelijk in Rotterdam terechtgekomen?”

“Dat is eigenlijk vooral toeval geweest. Voor mijn verdere specialisatie in elektrofysiologie ben ik naar Antwerpen gegaan, omdat daar meer mogelijkheden waren zonder promotie. Daar heb ik ontzettend veel geleerd. Precies op het moment dat ik daar bijna klaar was, kwam iemand uit Rotterdam langs in Antwerpen en ontstond er contact over een vacature hier. Uiteindelijk vielen alle puzzelstukjes precies goed. Dus het is altijd een beetje geluk, en op de juiste plek, op de juiste tijd zijn.”

“Dus het is altijd een beetje geluk, en op de juiste plek, op de juiste tijd zijn.” 

“Wat zou u geworden zijn als u geen arts was geworden?”

“Ik denk iets heel technisch of analytisch. Misschien toegepaste wiskunde of iets in die richting. Ik houd erg van systemen en logica. Als klinische technologie toen al had bestaan, had dat misschien ook goed bij me gepast.”

“En tot slot: waar bent u het meest trots op?”

“Op mijn kinderen. Ik heb er twee. En die zijn nog jong, zeven en acht ondertussen. De jongste is  vorige week jarig geweest. Maar ja, uiteindelijk zou ik alles hier laten vallen ten faveure van hen. Dat is ook belangrijk. Dat is dus ook wel weer een mooie twist. Iedereen moet daar zijn eigen afweging in maken. Maar je ziet hier mensen rondlopen in dit gebouw die echt alles aan de kant hebben gezet om een bepaald carrièredoel te halen en dat mag natuurlijk. Als dat jouw wens of jouw levensdoel is, dan is daar op zich niks mis mee. Maar ik denk dat iedereen voor zichzelf gaat moeten bepalen: wat wil ik opofferen om ergens te komen? En voor mij was het in ieder geval niet mijn gezin. Ik bedoel, ik hoef niet elke minuut met ze te zijn. Maar ik heb voor mezelf in ieder geval de gouden regel dat ik ze vijf van de zeven avonden op bed moet kunnen leggen. Waarom begin je anders aan zo’n avontuur? Mooie regel toch?” 

“Ik wil vijf van de zeven avonden mijn kinderen naar bed kunnen brengen.” 

Partners